A A

Thema’s

Van den vos Reynaerde en andere tricksterfiguren, zoals Anansi en Nasreddin Hodja, kunnen een aanleiding vormen om met de leerlingen rond fundamentele thema’s te werken, over culturen heen. Ze zijn zeer geschikt voor dialoog en discussie. We geven hieronder enkele aanzetten.

1. Mooie woorden…
2. Mensen vermomd als dieren
3. Sympathiek of antipathiek?
4. Dieren precies als mensen?
5. Wereldwijd verspreid
6. Ontsnapping
7. KNT?
8. Mondeling of op papier
9. Positief of negatief?
10. Pessimisme
11. Normen en waarden

1. Mooie woorden…
De mis- en verleiders Reynaert en Anansi weten zich altijd weer uit de slag te trekken door hun listen te verpakken in mooie woorden. Hun taal staat in functie van leugen en onwaarheid. Schijnheiligheid en het misbruik van taal zijn centrale (mensen)thema’s, die van alle tijden zijn. Nasreddin Hodja laat mensen door zijn gevatte inzichten dan weer op een andere manier naar de dingen kijken.

Een uitgewerkte leugenles

2. Mensen vermomd als dieren
Dierenverhalen zijn en worden tot op vandaag, behalve als ontspanning, ook vaak gebruikt als handig middel om commentaar te leveren op maatschappelijke evoluties en verschijnselen. Je kunt dankzij de ‘vermomming’ kritiek uitoefenen op toestanden, mensen en instellingen, zonder ze bij naam te noemen. Of je kunt via dieren de Grote Levensthema’s ter sprake brengen.

3. Sympathiek of antipathiek?
Reynaert en Anansi zijn schurken, die dingen doen die niet door de beugel kunnen. Zeker Reynaert is gewetenloos, wreed en kent geen taboes. Maar tegelijk krijgt hij onze sympathie, bijvoorbeeld door zijn humor en doordat hij, net als Anansi, machtige tegenstanders te grazen neemt (‘wie niet sterk is, moet slim zijn’). Zo kunnen lezers en toehoorders zich identificeren met het hoofdpersonage. Ook in films hebben ook de meest antipathieke hoofdfiguren sympathieke trekjes. Dat moet ook wel, om ons een beetje te kunnen inleven.

4. Dieren precies als mensen?
Mensen kennen van oudsher aan dieren bepaalde ‘karaktertrekken’ toe: vossen zijn niet te vertrouwen dieven, dolfijnen zijn slim en sympathiek, honden zijn trouw, bijen zijn vlijtig… Het wemelt er in de Reynaert- en Anansiverhalen van, maar ook in fabels, tekenfilms enz. De eigenschappen wisselden in de loop van de geschiedenis wel eens en ook naargelang van de culturen zijn er andere invullingen. Beantwoorden de door mensen toegekende kenmerken aan wat gedragsbiologen of ethologen daarover te vertellen hebben? Wat betekent dat concreet, ‘karaktertrekken’ en ‘gedragingen’ van dieren en mensen? Zijn ze aangeboren, is het een sociale kwestie of een kwestie van aanleren?

5. Wereldwijd verspreid
Een aantal thema’s komt in verhalen (en zeker in verhalen met schurken en/of schelmen) blijkbaar wereldwijd voor. Een vergelijking van de figuren Reynaert en Anansi is in dit verband veelzeggend. Het gaat over honger, (on)macht, bedrog, misleiding, slimmigheid enz. Hoe zit dat met de verspreiding van motieven en thema’s? Ontstaan ze los van elkaar, of reizen ze de wereld rond? Hoe beïnvloedden en beïnvloeden culturen elkaar op dat vlak? Hoe kun je weten waar de bakermat van bepaalde motieven ligt?

6. Ontsnapping
Ontsnappen aan een (levens)bedreigende situatie is in veel verhalen (film, literatuur, thrillers, strips, sprookjes, mythen…) een zeer belangrijk motief. Het loont de moeite om, uitgaande van Reynaert en Anansi, na te gaan hoe het motief in diverse contexten is aangepakt: geloofwaardig? Onhandig? Ingewikkeld? Met woorden of met daden (actie!) enz.

7. KNT?
Listfiguren worden opgevoerd in verhalen en publicaties die voor kinderen en/of jongeren zijn bestemd, maar dan ‘aangepast’. Scherpe kantjes worden afgerond, aangebrande fragmenten uit de verhalen weggelaten, zinnen geherfomuleerd. Volgens sommigen verliest een trickster hierdoor zijn belangrijkste eigenschappen. Er is dan sprake van vertrutting. Er is wat Reynaert betreft discussie over een aantal seksuele allusies, maar dát ze in de tekst zitten is zeker. Hoe gaan vertalers, bewerkers, illustratoren, kunstenaars en… lezers daarmee om?

8. Mondeling of op papier
Veel literatuur en veel verhalen leefden en leven in de eerste plaats voort omdat ze mondeling worden doorverteld. De gesproken en geschreven cultuur verschillen grondig van elkaar in beleving: het ene is doorgaans een groeps- en sociaal gebeuren, het andere een individuele ervaring die vervolgens kan worden gedeeld. Ook de opbouw en de hele retoriek van teksten zijn anders, net als het ‘voortleven’: een geschreven tekst staat vast en wordt vervolgens bewerkt, vertaald, geïnterpreteerd, becommentarieerd enz., gesproken teksten blijven vloeiend, worden aangevuld en geactualiseerd, en ondergaan voortdurend gedaanteveranderingen.

9. Positief of negatief?
De waardering voor de figuur van Reynaert schommelde in de geschiedenis sterk: voor de ene lezer of toehoorder was hij een vrolijke, slimme schelm, voor de andere een donkere, gewetenloze schurk en booswicht, en voor nog andere heeft hij kenmerken van de twee. Hoe kan het dat je op basis van dezelfde teksten tot zulke tegengestelde ideeën komt? Vaak zegt zo’n idee meer over de eigen tijd van de lezers of toehoorders dan over de figuur van Reynaert zelf: zij hebben een ‘ander doel’ met zo’n figuur, die bijvoorbeeld tot symbool wordt.

10. Pessimisme
Van den vos Reynaerde is een pessimistisch verhaal: bij nader inzien ontmaskert Reynaert de hele dierenmaatschappij en via die omweg ook de mensenmaatschappij. Daar heerst volop hypocrisie, leugen, bedrog, machtswellust, ook bij wie het goede voorbeeld zou moeten geven. Rechtspraak bijvoorbeeld stelt niets voor als degene die recht spreekt makkelijk te verleiden is… Is menselijke beschaving een illusie, of gaan we er toch op vooruit?

11. Normen en waarden
Verhalen over en met tricksterfiguren gaan finaal ook over normen en waarden, en de houding tegenover bijvoorbeeld bedrog, omkoperij, vleierij, list, hypocrisie, bijgeloof, hebzucht, corruptie, egoïsme, bezit, mooipraters… Hoe moeten we over dergelijke ethische kwesties denken? Verschillen de opvattingen naargelang van de periode, de plaats, de samenleving enz.?