“Anansi is geen lieverdje, hij is bovenal meedogenloos: zomin als Reynaert (sic) aarzelt om een paap zijn kloot af te bijten, aarzelt Anansi zijn kameraad een kopje kleiner te maken als hem dat beter uitkomt. Naar frequentie en intensiteit stelt hij zich verschillende doelen: eten, aanzien, sadistische genoegens als het veroorzaken van ruzie, geld en seks. Om die te bereiken heeft hij een hele reeks trucs tot zijn beschikking.”
(Michiel van Kempen in zijn boek Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur)
“Zoals Nanzi [= Anansi] zijn er vele trickster-figuren bekend in volksverhalen: denk aan Reynaert de Vos, Broer Konijn, Tijl Uilenspiegel en Nasreddin Hodja. Toch spannen Anansi de spin en collega Reynaert de vos absoluut de kroon in egoïsme en immoraliteit: ze jagen met het meeste plezier hun eigen vrienden en gelijken de dood in om er zelf beter van te worden. Ondanks die donkere kant van hun persoonlijkheid oogsten ze ook veel sympathie vanwege hun vermogen ondanks alles te overleven.”
(Theo Meder, medewerker aan het Nederlandse Meertensinstituut)







